Over dit verslag
Dit verslag is opgesteld conform de European Sustainability Reporting Standards (ESRS), zoals voorgeschreven door de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), die sinds 2024 van toepassing is op Koninklijke Heijmans N.V. In dit jaarverslag lichten wij toe welke stappen we in 2025 hebben gezet om deze richtlijn verder te implementeren. Daarbij hanteren wij een gefaseerde benadering en bouwen we voort op de basis die in het voorgaande jaar is gelegd. We houden rekening met de verdere uitwerking en verduidelijking van de rapportagevereisten, inclusief de uitzonderingen die de ESRS biedt. In de komende jaren verwachten wij onze duurzaamheidsrapportage verder te ontwikkelen, zowel in termen van volledigheid en datakwaliteit als in geïntegreerde besluitvorming.
ESRS-structuur en -vereisten
In overeenstemming met de vereisten van de ESRS is de duurzaamheidsinformatie opgenomen in een afzonderlijke sectie binnen het bestuursverslag, het zogenoemde ‘Duurzaamheidsverslag’. In lijn met deze verplichting en voortbouwend op de structuur van het jaarverslag 2024 zijn de duurzaamheidsgegevens in dit verslagjaar verder uitgewerkt en geïntegreerd in de thematische hoofdstukken over ‘Klimaat’, ‘Water’, ‘Biodiversiteit’, ‘Materiaalgebruik en circulaire economie’, ‘Sociale informatie’, 'Eigen personeel', 'Werknemers in de waardeketen', 'Consumenten en eindgebruikers' en ‘Zakelijk gedrag’. Deze opzet draagt bij aan een samenhangende en transparante weergave van onze impacts, risico’s en kansen (IRO's) en strategie op het gebied van duurzaamheid.
In dit hoofdstuk rapporteren we een geactualiseerde beschrijving van onze dubbele materialiteitsanalyse (DMA), die in 2025 is herijkt. De uitkomsten van deze herijking vormen de basis voor het overzicht van materiële ESRS-onderwerpen in dit verslag. In de daaropvolgende hoofdstukken rapporteren we per materieel onderwerp over onze impact, ambities, beleidslijnen, strategieën, acties, inzet van middelen en voortgang richting onze doelen. Een volledig overzicht van de informatievereisten uit de ESRS zijn opgenomen in ‘Notities Publicatievereisten’.
De informatie in het duurzaamheidsverslag is volledig opgesteld volgens de ESRS-vereisten. Er zijn geen andere rapportagestandaarden toegepast.
Opname door middel van verwijzingen
Om deze duurzaamheidsrapportage overzichtelijk te houden, is een deel van de vereiste informatie opgenomen via verwijzingen naar andere onderdelen van dit geïntegreerde jaarverslag. Hieronder een overzicht van de ESRS-verplichtingen en een specifiek gegevenspunt die elders in het verslag of de jaarrekening terug te vinden zijn, zodat belanghebbenden de relevante informatie eenvoudig kunnen raadplegen:
-
'Hoe we impact creëren' - (ESRS2 SBM-1 alinea 40f); 'Verankering in de organisatie' - (ESRS2 SBM-1 alinea 42a)
-
Tabel in 'Belangen en standpunten van belanghebbenden' - (ESRS2 SBM-2 alinea 45a)
-
'Medezeggenschap' - (ESRS2 GOV-1 alinea 21b)
-
'Bestuur en toezicht' - (ESRS2 GOV-1 alinea 22)
-
Tabel 'Raad van bestuur' in 'Rapportage Wet Diversiteit in de top' - (ESRS2 GOV-1 alinea 21a, 21d); Zin 'De raad van bestuur bestaat al 10 jaar uit twee onafhankelijke bestuurders (100%)' in 'Rapportage Wet Diversiteit in de top' - (ESRS2 GOV-1 alinea 21e)
-
'Heijmans risicoraamwerk' - (ESRS2 GOV-5 alinea 36a); 'Governance en operatiemodel' - (ESRS2 GOV-1 alinea 22c(ii), 22c(iii), GOV-5 alinea 36e); Tabel 'Risicotaxonomie - Financiële positie en verslaglegging - Duurzaamheidsverslaglegging' in 'Risicolandschap en risicobereidheid' - (ESRS2 GOV-5 alinea 36c); 'Risicomanagementcyclus' - (ESRS2 IRO-1 alinea 53c, ESRS2 GOV-5 alinea 36b, 36d)
-
‘Bezoldigingsverslag Koninklijke Heijmans N.V. 2025’ - 'Implementatie bezoldigingsbeleid RvB in 2025' - 'Variabele beloning' tot en met Langetermijnvariabele beloning (driejaarsbeloning)- (ESRS2 GOV-3 alinea 29)
-
Entiteitspecifieke KPI-informatie, gerelateerd aan onze strategie is opgenomen in de bijlage ‘Overzicht prestatie-indicatoren’
Verslaggevingssystematiek
Scope
Heijmans richt zich met zijn activiteiten volledig op de Nederlandse markt. De duurzaamheids-informatie in dit verslag heeft specifiek betrekking op deze activiteiten en bestrijkt de gehele waardeketen: van de toeleveranciers (upstream), via de eigen operatie, tot aan de impact van het eindgebruik (downstream).
De rapportage vindt plaats op geconsolideerde basis. De consolidatiekring sluit aan bij die van de jaarrekening, met inachtneming van aanvullende vereisten op het gebied van operationele zeggenschap. Voor sommige materiële onderwerpen vereist de ESRS dat ook de duurzaamheidsimpact wordt meegenomen van entiteiten waarover Heijmans operationele controle uitoefent, ook als er geen sprake is van volledig eigendom.
Definitie operationele zeggenschap volgens Annex 2
Operationele zeggenschap (over een entiteit, locatie, activiteit of actief) is de situatie waarin de onderneming de mogelijkheid heeft om de operationele activiteiten en relaties van de entiteit, locatie, activiteit of actief te sturen. We onderscheiden vier categorieën van deelnemingen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen volledige operationele zeggenschap, gedeelde operationele zeggenschap, geen operationele zeggenschap en situaties zonder operationele zeggenschap, maar wel met invloed. Dit framework maakt een transparante en proportionele rapportage mogelijk van scope 1-, 2-, en 3-emissies en borgt consistentie met vorig jaar en toekomstige ontwikkelingen. Deze systematiek legt de basis voor een robuuste en betrouwbare rapportage-infrastructuur, die flexibel genoeg is voor evaluatie en eventuele bijstelling in volgende cycli. De definitie van operationele zeggenschap is ongewijzigd gebleven ten opzichte van vorig jaar.
Whoon en Van Gisbergen
De duurzaamheidsinformatie van Whoon en Van Gisbergen is in dit verslag op zowel kwantitatieve als kwalitatieve wijze geïntegreerd in de geconsolideerde rapportage. Kwantitatieve gegevens zijn verzameld via een centrale tool, waarbij op basis van de DMA is vastgesteld welke datapunten relevant zijn. Per datapunt is inzichtelijk of realisatiecijfers beschikbaar zijn. Waar gegevens ontbreken, is gebruikgemaakt van extrapolatie of schattingen (dit is toegelicht in de tabellen ‘Rapportagevereisten’). Op kwalitatief vlak zijn met het management van Whoon en Van Gisbergen werksessies georganiseerd om bestaande ESG-beleidsdocumenten, strategische speerpunten en eventuele afwijkingen te bespreken. Beide bedrijven onderschrijven het ESG-beleid van Heijmans en voeren geen afzonderlijk beleid. Gezamenlijk is een implementatieplan opgesteld, met als doel het ESG-beleid de komende jaren verder te verankeren via concrete acties en entiteitspecifieke doelstellingen.
Hegeman
Op 11 november 2025 is bekend gemaakt dat Heijmans de bedrijfsactiviteiten van branchegenoot Hegeman uit Amersfoort-Nijverdal zal overnemen (100% dochter). De activiteiten worden ondergebracht als zelfstandige eenheid binnen Heijmans Utiliteit (Werken). De financiële gegevens worden vanaf de overnamedatum – 17 december 2025 - meegenomen in de jaarrekening. Gezien de recente overname is er momenteel geen inzicht in de duurzaamheidsinformatie. Voor verdere integratie van KPI’s, actieplannen, doelen en beleid conform CSRD-wetgeving wordt in 2026 een stappenplan ontwikkeld. Uitgangspunt hierbij is om volledig geconsolideerd te rapporteren over het verslagjaar 2026.
Toegepaste rapportageprincipes
Tijdshorizon
Voor rapportagedoeleinden is Heijmans afgeweken van de standaard tijdshorizon zoals gedefinieerd in ESRS 1, paragraaf 6.4. Deze keuze sluit aan bij onze strategie ‘Samen naar 2030’. Deze strategie vormt het fundament van onze langetermijnvisie en is bepalend geweest voor de formulering van onze ‘bold statements’. Ter bevordering van transparantie en om voortgang meetbaar te maken, is 2027 aangewezen als belangrijk tussenmoment binnen deze periode. Dit stelt ons in staat om tussentijdse evaluaties te verrichten en waar nodig onze aanpak bij te stellen, zodat we effectief blijven toewerken naar de doelstellingen voor 2030.
De gehanteerde definities: kort, middellang en lang, zijn als volgt:
|
Tijdshorizon |
Duur |
Definitie |
|
Korte termijn |
≤ 1 jaar |
Een impact, risico of kans is korte termijn als het effect optreedt binnen 1 jaar vanaf 2025. |
|
Middellange termijn |
> 1 jaar en < 3 jaar |
Een impact, risico of kans is middellange termijn als het effect optreedt in de volgende 1 tot 3 jaren vanaf 2025. |
|
Lange termijn |
≥ 3 jaar |
Een impact, risico of kans is lange termijn als het effect optreedt na 3 jaren vanaf 2025. |
Gerubriceerde en gevoelige informatie
In dit verslagjaar is geen gebruikgemaakt van de mogelijkheid om informatie-elementen met betrekking tot intellectueel eigendom, knowhow of innovatieresultaten buiten de rapportage te houden. Ook zijn er op dit moment geen kwesties of ontwikkelingen die in aanmerking komen voor vrijstelling van rapportage op grond van vertrouwelijkheid of andere uitzonderingsgronden.
Schattingen en bronnen van onzekerheid en aannames
In de tabel ‘Rapportagevereisten’ is per hoofdstuk, waar van toepassing, vermeld waar sprake is van schattingen, meetonzekerheden en aannames met betrekking tot onze KPI's, inclusief die binnen de waardeketen. Door dit expliciet te maken, streven we naar transparantie en bieden we gebruikers meer inzicht in de context en interpretatie van de gerapporteerde cijfers. Dit helpt belanghebbenden om de uitkomsten met gepaste voorzichtigheid te beoordelen en rekening te houden met mogelijke beperkingen en toekomstige aanscherpingen in de nauwkeurigheid van metingen.
We blijven inzetten op het vergroten van de betrouwbaarheid van onze KPI’s. Dit doen we door onze dataverzameling te verbeteren, methodieken aan te scherpen en gebruik te maken van geavanceerdere analysetools. Zo versterken we stapsgewijs de kwaliteit en onderbouwing van onze duurzaamheidsinformatie, ook in de keten.
Externe assurance
Voor onze maatstaven is geen externe assurance ingezet, met uitzondering van de datapunten 48, 49 en 51 binnen het thema klimaat. Deze datapunten worden jaarlijks getoetst door KIWA in het kader van onze CO₂-Prestatieladdercertificering en zijn in 2024 eenmalig gevalideerd door het Science Based Targets initiative (SBTi).
Vergelijkende cijfers
Voor KPI’s die al in het verslagjaar 2024 zijn gerapporteerd, worden in dit verslag deze cijfers als vergelijking meegenomen. Voor de bruto scope 1-, 2- en 3-emissies, de totale broeikasgasemissies en het watergebruik (eigen operaties) rapporteren we daarnaast ook cijfers over het basisjaar 2019. Voor de in 2025 geïntroduceerde KPI’s zijn geen vergelijkende gegevens beschikbaar. Deze KPI’s bestaan deels uit aanvullingen naar aanleiding van de herijking van de DMA en deels uit nieuwe KPI’s die in het voorgaande verslagjaar onder de ESRS infasering vielen.
Rapportagefouten in eerdere jaren en methodologiewijzingen
Wij rapporteren transparant over eventuele rapportagefouten uit voorgaande jaren. Daarom lichten we, waar van toepassing, de aard van een materiële fout toe, evenals de aangebrachte correctie of – indien correctie niet mogelijk is – de omstandigheden die tot de fout hebben geleid.
In dit rapportagejaar zijn binnen het thema Klimaat enkele rapportagefouten geïdentificeerd en gecorrigeerd in de cijfers van het basisjaar en de vergelijkende cijfers van 2024. Warmteleveringen (scope 2) voor woningbouwprojecten in de opleverfase en het additief AdBlue (scope 1) zijn vanaf dit jaar opgenomen, waar deze voorgaande jaren buiten beeld bleven. Voor beide zijn het basisjaar 2019 en de vergelijkende cijfers over 2024 herberekend. Daarnaast is in 2024 een technische fout geconstateerd bij een leverancier, waardoor elektra-, benzine- en dieselverbruik onvolledig waren gerapporteerd. Deze fout is hersteld, wat leidde tot een stijging van 367 ton CO₂e in de gecorrigeerde vergelijkende cijfers. Ook is bij dezelfde leverancier een methodologische verbetering doorgevoerd om een vollediger beeld van brandstofverbruik te waarborgen. Deze aanpassing resulteert in een toename van 340 ton CO₂e in 2024 en een afname van 1.246 ton CO₂e in het basisjaar 2019. Ook is vastgesteld dat voor herberekeningen van het basisjaar ten onrechte steeds de meest recente emissiefactoren werden gebruikt. In overeenstemming met het GHG‑protocol zijn daarom de oorspronkelijke emissiefactoren van 2019 hersteld. Tot slot is vastgesteld dat GvO’s niet mogen worden gebruikt voor de berekening van scope 1. Daarom hanteren we vanaf dit jaar de emissiefactor voor grijs gas in plaats van die voor groen gas. Deze aanpassing resulteert in een stijging van 1.358 ton CO₂e over 2024; voor het basisjaar 2019 heeft deze wijziging geen effect.
Voor het thema Water is een methodologische aanpassing doorgevoerd in de berekening van het totale watergebruik. Deze wijziging heeft geleid tot een herziening van het vergelijkende cijfer over 2024. In de eerdere systematiek werd het watergebruik vanaf de laatste factuurdatum tot het einde van het kalenderjaar geëxtrapoleerd. Omdat waterfacturen vaak pas na de jaarafsluiting worden ontvangen, is deze werkwijze niet langer representatief gebleken. De berekening is daarom aangepast: de huidige correctie is gebaseerd op het daadwerkelijk gefactureerde watergebruik over de afgelopen twee jaar.
Binnen het thema Eigen Personeel is een methodologische aanpassing doorgevoerd in de berekening van de veiligheidsratio voor eigen medewerkers. In 2024 werd het aantal gewerkte uren nog bepaald op basis van fte en het aantal werkbare weken. Vanaf dit jaar wordt gebruikgemaakt van de feitelijke urenregistratie. Deze wijziging zorgt ervoor dat variabelen zoals verzuim nauwkeuriger worden meegenomen in de berekening, waardoor de veiligheidsratio een betrouwbaarder beeld geeft.
Deskundigheid duurzaamheidsthema’s en de rol van raad van bestuur
Het bestuur beschikt over diepgaande kennis en ervaring op het gebied van duurzaamheid en zet deze actief in bij de sturing op duurzaamheidsvraagstukken. Voor de materiële duurzaamheids-thema’s is expertise aanwezig op zowel holdingniveau als binnen de verschillende bedrijfsstromen. Deze interne specialisten worden waar nodig betrokken bij de beoordeling van specifieke IRO's.
Indien blijkt dat bepaalde kennis ontbreekt of aangevuld moet worden, onderneemt het bestuur gerichte acties om dit tekort aan kennis op te pakken. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het inschakelen van externe deskundigen of door samenwerking met relevante duurzaamheidsnetwerken en samenwerkingsverbanden, zoals de Kennisgroep Groene Metropool Regio Arnhem-Nijmegen, Stichting Struikroven en het netwerk rondom de Natuurladder. Dit levert waardevolle inzichten op en draagt bij aan het versterken en actualiseren van onze duurzaamheidsstrategie. Door actief deel te nemen aan dergelijke netwerken en overlegorganen blijft het bestuur in staat om gericht te sturen op duurzame waardecreatie en de ambities van Heijmans waar te maken.
Bedrijfsmodel en strategie
Het overzicht op de volgende pagina geeft inzicht in de snijvlakken tussen de in 2025 geactualiseerde DMA en onze strategie ‘Samen naar 2030’. In dit verslagjaar zijn de pijlers Welzijn, Duurzaamheid, Verbinding, Maakbaarheid en Team opnieuw getoetst en in het overzicht gekoppeld aan de relevante ESRS-standaarden uit de CSRD. Hiermee laten we zien hoe de uitkomsten van de herijkte DMA in 2025 congruent zijn met onze strategische koers en besluitvorming.
Strategie in relatie tot duurzaamheidsthema’s
Het is essentieel en logisch dat onze strategie en rapportage zich toespitsen op de duurzaamheidsthema’s die het meest relevant zijn voor Heijmans. Om dit te waarborgen is een sturingscommissie ingericht met vertegenwoordiging vanuit de disciplines Strategie, Inkoop, Duurzaamheid, evenals de bedrijfsstromen, en voorgezeten door een lid van de raad van bestuur. Deze commissie ziet toe op de implementatie van due diligence, bewaakt de voortgang op de materiële onderwerpen en keurt eventuele wijzigingen goed. We beoordelen of onze activiteiten aansluiten bij de materiële onderwerpen die zowel voor onze organisatie als voor onze omgeving de grootste impact hebben. Door deze onderwerpen regelmatig te bekijken en waar nodig te herzien, zorgen we ervoor dat de belangrijkste ontwikkelingen binnen Heijmans en in onze waardeketen steeds goed tot uiting komen in ons beleid en onze verslaglegging.
In 2025 hebben we, onder toezicht van de sturingscommissie, onze DMA herijkt. Daarbij is de impact van de materiële onderwerpen op het bedrijfsmodel, de waardeketen, de strategie en de besluitvorming beoordeeld. In dit verslagjaar hebben we echter nog niet volledig en systematisch beoordeeld hoe de belangen van eigen personeel, werknemers in de waardeketen en consumenten en eindgebruikers worden meegenomen in de strategie en het bedrijfsmodel. Hoewel deze belangen wel degelijk worden betrokken bij beleids- en besluitvorming, onder meer via reguliere HR-processen, contractmanagement, klant- en bewonersonderzoeken en onze bredere stakeholderdialoog, constateren wij dat deze betrokkenheid nog niet in een voldoende gestructureerd kader is ondergebracht. Acties die invloed hebben op de strategie en/of het bedrijfsmodel zijn opgenomen onder de relevante materiële onderwerpen met de daarbij behorende methodologie en aannames. Op dit moment heeft Heijmans doelen geformuleerd voor de thema’s Klimaat, Water, Biodiversiteit en Eigen personeel. Ons streven is om deze ambities in de komende jaren verder te verankeren in het bedrijfsmodel door samenhang met onze producten, diensten, stakeholders en vice versa explicieter te maken.
Zie ‘Onze strategie en hoe we waarde creëren’ voor een uitleg van ons bedrijfsmodel.
Hoewel in 2025 nog geen formele veerkrachtanalyse voor alle duurzaamheidsonderwerpen is uitgevoerd, is voor het thema Klimaat – in tegenstelling tot 2024 – wel een veerkrachtanalyse uitgevoerd. Hiermee geven wij invulling aan de noodzaak om de robuustheid van onze strategie ten aanzien van klimaatverandering te toetsen en waar nodig bij te stellen. We streven ernaar om deze veerkrachtanalyse in de komende jaren uit te breiden naar andere duurzaamheidsthema’s.
In 2025 zijn geen afzonderlijk te kwantificeren direct financiële effecten vastgesteld die niet reeds in de financiële verslaggeving zijn verwerkt. Potentiële financiële effecten zijn wel in beeld gebracht via onze risico‑ en materialiteitsanalyses, maar op dit moment nog niet betrouwbaar afzonderlijk te kwantificeren.
Ten opzichte van de vorige rapportageperiode zijn er in 2025 wijzigingen in de materiële IRO's zoals toegelicht in de paragraaf ‘Herijking dubbele materialiteitsanalyse’.
Wij zijn Heijmans, makers van de gezonde leefomgeving
Onze rol in de keten
Onze waardeketen omvat een breed scala aan activiteiten die samen bijdragen aan de ontwikkeling, realisatie en het onderhoud van vastgoed en bouwprojecten. Deze keten strekt zich uit van de winning van grondstoffen tot het beheer van (sloop)afval en hergebruik aan het einde van de levensduur van een project. De waardeketen wordt opgedeeld in drie hoofdsegmenten: upstream, eigen operatie en downstream.
Upstream
In de upstreamfase richten wij ons op de winning van grondstoffen en de inkoop van benodigde materialen en diensten. Dit vormt een cruciale schakel in onze waardeketen, waarin duurzaamheid en arbeidsrechten centraal staan. We nemen veiligheidsrisico’s zorgvuldig en bewust in acht om integer en verantwoord te opereren en bij te dragen aan een eerlijke, gezonde en veilige werkomgeving.
Daarnaast verwerken wij diverse soorten materialen zoals staal, hout, beton, (natuur)steen, asfaltbitumen, kunststof en installatiecomponenten. We richten ons op de impact van grondstofwinning en materiaalproductie op circulariteit en biodiversiteit, de effecten op watersystemen en de bijdrage van scope 3-emissies aan klimaatverandering. Het merendeel van deze materialen nemen wij af van (toe)leveranciers binnen Nederland; een kleiner deel is afkomstig uit andere Europese landen en slechts een fractie van buiten Europa.
Onze toeleveringsketen bestaat uit een breed scala aan partners, waaronder contractpartijen, leveranciers, onderaannemers, producenten van bouwmaterialen en werknemers in de transport- en grondstoffenwinningssector.
Met deze zorgvuldige benadering in de upstreamfase zetten we stappen richting een duurzamer bouwproces, waarbij we actief streven naar een verantwoorde inkoop en een positieve impact op milieu en maatschappij.
Eigen operatie
De fase van eigen operatie vormt de kern van onze bedrijfsactiviteiten en omvat ontwerp, engineering en de daadwerkelijke bouw en service. Dit is het stadium waarin onze expertise en innovatiekracht samenkomen om projecten te realiseren en te beheren. Binnen deze fase liggen kansen om duurzame oplossingen te integreren die bijdragen aan beter waterbeheer, het verminderen van scope 1- en scope 2- broeikasgasemissies en het beschermen van biodiversiteit.
Tegelijkertijd blijven veiligheid en gezondheid van werknemers topprioriteit, net als het waarborgen van eerlijke arbeidsvoorwaarden, gelijke behandeling en kansen en aandacht voor opleiding en ontwikkeling.
Naast onze eigen medewerkers zijn in onze eigen operatie ook onderaannemers en medewerkers niet in loondienst, zoals detacheerders, uitzendkrachten en zelfstandige professionals (zzp’ers), actief betrokken.
Downstream
In de downstreamfase verschuift de focus naar het beheer en onderhoud van bouwprojecten, en/of naar ontmanteling of herbestemming. Dit deel van de waardeketen speelt een belangrijke rol in het verlengen van de levensduur van onze projecten en het beperken van de ecologische impact op klimaat en water. Scope 3-emissies hebben invloed op klimaatverandering, terwijl klimaatadaptieve structuren directe effecten hebben op mens en milieu. Bij het ontwerpen van bouwwerken nemen we duurzaam waterbeheer expliciet mee. Door verantwoord afvalbeheer – waaronder het zorgvuldig scheiden van reststromen – en inzet op circulariteit in de ontwerpfase dragen we bij aan een duurzamer eindresultaat en verminderen we de hoeveelheid restafval. Tegelijkertijd zorgen onze projecten voor een positieve bijdrage aan het welzijn van gebruikers door hun leef- en werkomgeving te verbeteren.
Bij de oplevering van het eindproduct komen verschillende stakeholders in beeld, zoals klanten, eindgebruikers, omwonenden en lokale gemeenschappen. Zorgvuldig project- en omgevingsmanagement en een goed georganiseerde oplevering zijn essentieel om te voldoen aan de verwachtingen van alle betrokken partijen. Onze klantenkring bestaat uit zowel particuliere (toekomstige) huiseigenaren als zakelijke klanten, zoals vastgoedinvesteerders, coöperaties, bedrijven en overheden. Eindgebruikers, waaronder mensen en organisaties, spelen een grote rol in de uiteindelijke benutting en gebruik van gebouwen en infrastructuur. Hun feedback is van groot belang, omdat deze de kwaliteit van onze projecten weerspiegelt en directe invloed heeft op onze reputatie en klanttevredenheid. Door actief te luisteren en in te spelen op hun ervaringen, blijven we onze processen en projecten verbeteren en bouwen we aan duurzame relaties met klanten en gemeenschappen.
Over de hele keten
De bedrijfscultuur beïnvloedt de gehele waardeketen en bepaalt hoe wij invulling geven aan zakelijk gedrag. Dit omvat onder meer de naleving van onze gedragscode, het voorkomen van corruptie en omkoping, en de bescherming van klokkenluiders, zowel bij leveranciers als binnen onze eigen projecten en operaties en in de relatie met opdrachtgevers en eindgebruikers. Op deze manier draagt de cultuur in alle schakels van de keten consistent bij aan veiligheid, kwaliteit, betrouwbaarheid en duurzame prestaties.
Brancheorganisaties spelen een essentiële rol in het ondersteunen en versterken van de bouwketen. Hun invloed strekt zich uit over de gehele waardeketen en omvat onder meer belangenbehartiging, kennisdeling, opleiding en het bevorderen van samenwerking en innovatie tussen partijen. Zo dragen zij bij aan een goed georganiseerde en efficiënt functionerende bouwsector, waardoor innovatie en duurzame ontwikkeling worden gestimuleerd.
Door een integrale benadering van de volledige keten – van grondstoffenwinning tot hergebruik/afvalbeheer – zijn wij in staat om niet alleen onze ecologische voetafdruk te verkleinen, maar ook onze concurrentiepositie te versterken. Dit stelt ons in staat in te spelen op kansen voor duurzame groei, innovatie en waardecreatie voor al onze stakeholders.
Dubbele materialiteit
De figuur ‘Materiële onderwerpen’ geeft inzicht in de analyse van de voor Heijmans materiële onderwerpen. De analyse wordt weergegeven aan de hand van twee dimensies: financiële materialiteit en impact materialiteit.
De financiële materialiteit geeft aan in hoeverre risico’s en kansen met betrekking tot duurzaamheidsonderwerpen zich kunnen voordoen voor Heijmans en een materieel financieel effect op de onderneming kunnen hebben. Impact materialiteit geeft aan in hoeverre een onderwerp effect heeft op mens en milieu, zowel binnen de eigen activiteiten van Heijmans als in de upstream- en downstreamwaardeketen, bijvoorbeeld via producten, diensten of zakelijke relaties van Heijmans.
Definities materiële onderwerpen
Klimaatmitigatie, Energie
De negatieve impact van Heijmans op klimaatverandering komt tot uitdrukking via scope 1-, 2- en 3-broeikasgasemissies. Dit betreft zowel de directe emissies binnen de eigen operatie, zoals het gebruik van elektriciteit en fossiele brandstoffen, als de indirecte emissies in de keten. Onder deze indirecte emissies vallen onder meer de emissies die ontstaan bij de productie en het transport van bouwmaterialen door toeleveranciers, de inkoop van grondstoffen en emissies die ontstaan tijdens de gebruiksfase van opgeleverde gebouwen en infrastructuur. Binnen dit onderwerp kan gericht worden ingezet op productconcepten die bijdragen aan klimaatmitigatie en energie-efficiëntie. Verder kan Heijmans met zijn expertise bijdragen aan het realiseren van projecten, ook in die gebieden waar sprake is van netcongestie.
Klimaatadaptatie
De impact en de kansen voor Heijmans liggen in het vergroten van de veerkracht van gemeenschappen door het ontwerpen van klimaatadaptieve gebouwen en infrastructuur. De groeiende vraag naar dit type oplossingen leidt tot extra investeringen en een hogere omzet in duurzame bouw-, service- en onderhoudsprojecten. Dit biedt Heijmans de mogelijkheid om een belangrijke bijdrage te leveren aan een toekomstbestendige leefomgeving. Daarbij draagt klimaatadaptief bouwen bij aan lagere kosten en helpt het ketenpartners beter voorbereid te zijn op de gevolgen van klimaatverandering, wat de stabiliteit in de sector en de toeleveringsketen versterkt.
Water
De negatieve impact op het watersysteem ontstaat door onze activiteiten in het openbare domein en op eigen locaties, met name op het gebied van waterkwaliteit, watergebruik, waterbalans en waterveiligheid. Daarnaast kunnen in de keten negatieve effecten optreden als gevolg van activiteiten van toeleveranciers, zoals watergebruik, lozingen en andere watergerelateerde ingrepen bij de winning en productie van materialen en diensten. Door bij het ontwerpen van bouwwerken expliciet rekening te houden met het watersysteem kan Heijmans een positieve impact realiseren. Tegelijkertijd bestaat het risico dat binnen toekomstige gebiedsontwikkelingen sprake is van beperkte of zelfs geen waterbeschikbaarheid, waardoor projecten niet kunnen worden gerealiseerd. Dit kan leiden tot een dalende omzet voor Heijmans.
Directe drukfactoren biodiversiteitsverlies
De negatieve impact op biodiversiteit en ecosystemen ontstaat door onze bouwactiviteiten en door activiteiten in de toeleveringsketen, zoals grondstofwinning en productie van materialen. Deze activiteiten dragen bij aan het verlies op biodiversiteit en aantasting van ecosystemen.
Impact op de omvang en toestand van ecosystemen
De negatieve impact op biodiversiteit en ecosystemen binnen de toeleveringsketen kan bijdragen aan landdegradatie, verwoestijning en bodemafdekking. Dit brengt risico’s met zich mee, waaronder het niet voldoen aan steeds strengere wet- en regelgeving en mogelijke reputatieschade op het gebied van milieubescherming. Uiteindelijk kan dit resulteren in een dalende omzet voor Heijmans.
Impact op en afhankelijkheden van ecosysteemdiensten
Het risico dat de beschikbaarheid van natuur en ecosysteemdiensten afneemt, kan de continuïteit van onze activiteiten en de tijdige oplevering van projecten in gevaar brengen en uiteindelijk leiden tot omzetdaling. Tegelijkertijd biedt het actief versterken van biodiversiteit binnen projecten duidelijke kansen: het verbetert ecosysteemdiensten, versterkt de reputatie van Heijmans en verhoogt de waarde van gerealiseerde projecten.
Materiaalinstromen, inclusief materiaalgebruik
De negatieve impact op het milieu ontstaat door de winning en productie van grondstoffen en materialen door onze toeleveranciers en onderaannemers, aangezien deze materialen worden toegepast in de activiteiten van Heijmans.
Arbeidsvoorwaarden
De impact op eigen medewerkers ontstaat door het bieden van passende arbeidsvoorwaarden, onder meer via collectieve arbeidsovereenkomsten. Dit omvat het waarborgen van een leefbaar loon, passende werktijden, vrijheid van vereniging, de aanwezigheid van een ondernemingsraad en het recht op informatie, consultatie en participatie voor eigen medewerkers.
Veiligheid en gezondheid eigen personeel
De negatieve impact op de gezondheid en de veiligheid van eigen personeel door mogelijke gevaarlijke situaties op (bouw)locaties.
Gelijke behandeling en kansen
De impact op eigen medewerkers door het bieden van gelijke behandeling en kansen op de werkvloer. Door te zorgen voor gendergelijkheid, gelijke beloning, gelijke toegang tot werkgelegenheid, de inclusie van mensen met een handicap, het treffen van maatregelen tegen geweld en intimidatie, en het bevorderen van diversiteit bij instroom en doorstroom van eigen medewerkers, creëren we een inclusieve werkomgeving waarin iedereen zich gewaardeerd voelt.
Opleiding en ontwikkeling
Onze activiteiten hebben impact op eigen medewerkers door het bieden van ontwikkelmogelijkheden op het gebied van vakbekwaamheid, veiligheid en persoonlijke ontwikkeling. Dit doen wij zowel via opleiding en training als door informeel leren in de praktijk. Heijmans geeft actief aandacht voor het toekomstbestendig houden van onze medewerkers.
Veiligheid en gezondheid werknemers in de waardeketen
Er is negatieve impact op werknemers van onderaannemers, toeleveranciers, nevenpartijen en contractpartners door hun blootstelling aan het risico op ongevallen tijdens werkzaamheden.
Welzijn
De impact op gebruikers ontstaat doordat de ingrepen van Heijmans een positieve bijdrage leveren aan hun welzijn.
Bedrijfscultuur
De impact op eindgebruikers, eigen personeel, klanten, contractpartijen, werknemers in de waardeketen, aandeelhouders, toeleveranciers, onderaannemers en de bredere samenleving ontstaat door transparante en duurzame bedrijfspraktijken die voortvloeien uit beleid, training en andere initiatieven voor integer zakelijk gedrag.
Beheer relaties met leveranciers, inclusief betalingspraktijken
De impact op leveranciers ontstaat door het beheer van relaties met een focus op eerlijk en verantwoordelijk zakelijk gedrag, waaronder eerlijke en tijdige betalingspraktijken.
In gesprek met stakeholders
Stakeholderbetrokkenheid
Stakeholderbetrokkenheid is voor Heijmans van groot belang. Op 11 november 2025 hebben we een stakeholderbijeenkomst georganiseerd op ons hoofdkantoor in Rosmalen. Deze bijeenkomst had een tweeledig doel: enerzijds het geven van een update en het voeren van een dialoog over de voortgang van onze strategie ‘Samen naar 2030’, en anderzijds het presenteren en bespreken van de uitkomsten van de herijking van de DMA.
Resultaten en integratie in onze strategie
Tijdens deze bijeenkomst is input opgehaald bij verschillende stakeholders om de resultaten van de herijking van de materialiteitsanalyse vanuit hun diverse perspectieven te valideren. Dit helpt ons te borgen dat onze strategie niet alleen financieel gezond is, maar ook gericht is op het creëren van duurzame waarde voor alle belanghebbenden, waarbij hun opvattingen en belangen worden meegenomen. De input van stakeholders wordt structureel geïntegreerd in de strategievorming en bij de invulling en naleving van andere duurzaamheidseisen.
Verder zijn de uitkomsten van de stakeholderbijeenkomst teruggekoppeld aan de raad van bestuur, de groepsdirectie en de raad van commissarissen, zodat deze inzichten direct kunnen worden betrokken bij verdere strategische beslissingen. In het bestuursverslag wordt in het hoofdstuk ‘In gesprek met stakeholders’ nader toegelicht op welke wijze wij de dialoog met onze stakeholders vormgeven.
Herijking dubbele materialiteitsanalyse
Introductie
Begin 2024 hebben we een DMA uitgevoerd in voorbereiding op rapportage conform de CSRD. Hiervoor verwijzen we naar de paragraaf 'Dubbele materialiteitsanalyse' in het jaarverslag Koninklijke Heijmans N.V. 2024. Doel hiervan was te beoordelen welke duurzaamheidsthema’s, in de vorm van IRO's, zowel een significante invloed hebben op onze organisatie als op mens en milieu.
In het voorjaar van 2025 hebben we een herijking van onze DMA uitgevoerd. Hiermee is de aansluiting met onze strategie en met de ontwikkelingen binnen de sector verder versterkt. De onderwerpen die als materieel voor Heijmans worden aangemerkt, worden verderop toegelicht aan de hand van hun IRO's voor zowel onze organisatie als de wereld om ons heen.
Het proces
Om te bepalen welke duurzaamheidsonderwerpen voor Heijmans het meest significant zijn, zijn de volgende stappen doorlopen:
-
Inventarisatie organisatie- en marktveranderingen
-
Waardeketen in kaart brengen
-
Updaten van andere relevante punten
-
Stakeholderengagement
-
Integreren stakeholderinzichten
-
Onderzoek en analyse
Bij het proces zijn medewerkers betrokken vanuit de disciplines Duurzaamheid, Risk, Veiligheid, HR, Inkoop, Juridische Zaken en Strategie. Daarnaast zijn interne duurzaamheidsexperts uit de bedrijfsstromen ingeschakeld. De uitkomsten zijn gevalideerd door de raad van bestuur. De audit & risk commissie van de raad van commissarissen is geïnformeerd.
Materiële impacts, risico’s en kansen
Per thema geven we in het betreffende hoofdstuk een overzicht van de materiële IRO's. De algemene informatie bestaat uit: het materiële thema, het shortlistthema en de plek in de waardeketen. Daarnaast wordt de impact materialiteit beschreven aan de hand van het type impact (actueel en potentieel), de richting van de impact (positief of negatief) en de beschrijving van de impact. Tot slot wordt de financiële materialiteit beschreven aan de hand van een toelichting op het risico en/of de kans.
Methodologie en aannames
In deze sectie leggen we de methodologie uit voor het identificeren van relevante duurzaamheidsonderwerpen.
Processtappen
Fase 1: Inventarisatie organisatie- en marktveranderingen
In deze fase is beoordeeld in hoeverre wijzigingen binnen Heijmans of in de operationele omgeving aanleiding gaven tot herziening van de DMA. Daarbij is gekeken naar significante veranderingen ten opzichte van 2024, zoals aanpassingen in de groepsstructuur, juridische entiteiten of de strategische positionering.
Fase 2: Waardeketen in kaart brengen
Vervolgens is de meest recente waardeketenanalyse geactualiseerd, waarbij de resultaten uit fase 1 (inventarisatie organisatie- en marktveranderingen) zijn meegenomen. De analyse richtte zich op de beoordeling van de scope, de volledigheid en de relevantie van de ketenelementen in de upstream- en downstreamwaardeketen.
Fase 3: Updaten van andere relevante punten
Aanvullende inzichten en externe input die relevant zijn voor de actualisatie van de materialiteitsanalyse zijn in deze fase meegenomen. Dit omvat onder meer wijzigingen in wet- en regelgeving en de lessen die in 2024 zijn opgedaan.
Fase 4: Stakeholderengagement
Stakeholders die het meest worden beïnvloed door onze activiteiten zijn in kaart gebracht en betrokken bij het definiëren van onze impact op mens en milieu. Vervolgens zijn stakeholders geïdentificeerd die een significante invloed hebben op Heijmans en daarmee risico’s of kansen met zich meebrengen. Deze stakeholders zijn, zowel direct als indirect, vertegenwoordigd in het proces en bevraagd via een enquête. Er hebben geen consultaties met getroffen gemeenschappen plaatsgevonden om impacts op watervervuiling of materiaalgebruik en circulaire economie te identificeren.
Fase 5: Integreren stakeholderinzichten
De in fase 4 (stakeholderengagement) verzamelde inzichten zijn verwerkt in de actualisatie van de materialiteitsanalyse. De input is per stakeholdergroep verzameld, gecategoriseerd en gestructureerd, en getoetst aan de meest recente materiële IRO's. Op basis hiervan is de lijst met materiële onderwerpen gevalideerd en is per onderwerp beoordeeld of de subonderwerpen en de beschrijving van IRO's in lijn is met de ontvangen stakeholderinzichten.
Fase 6: Onderzoek en analyse
Aanvullend onderzoek is uitgevoerd op basis van zowel interne als externe bronnen om vast te stellen of zich materiële veranderingen hebben voorgedaan. Hierbij is onder meer gebruikgemaakt van peer benchmarks, sectorrapportages en relevante publicaties. Er heeft geen screening van activa, activiteiten of bedrijfslocaties plaatsgevonden om impacts op watervervuiling of materiaalgebruik en circulaire economie te identificeren.
Na de herijking in 2025 actualiseren wij de materialiteitsanalyse opnieuw in 2027, of eerder wanneer relevante interne of externe ontwikkelingen dat nodig maken. Hiermee blijft onze analyse actueel en aansluiten op veranderingen in onze organisatie, waardeketen en omgeving.
Het proces voor het identificeren, beoordelen en beheersen van IRO’s is geïntegreerd in het risicomanagement van Heijmans. De uitkomsten van de DMA worden meegenomen in onze risicotaxonomie en periodieke risicobeoordelingen. Duurzaamheidsrisico’s worden besproken in de reguliere risicobesprekingen en in de audit- en riskcommissie, en maken onderdeel uit van projectselectie, strategische besluitvorming en de vaststelling van onze risicobereidheid.
Resultaten van de herijking
De materiële onderwerpen die in 2024 zijn vastgesteld op basis van de DMA, zijn in de herijking van 2025 ongewijzigd gebleven. Dit betekent dat thema’s als Klimaatverandering (E1), Water en mariene hulpbronnen (E3), Biodiversiteit en ecosystemen (E4), Materiaalgebruik en circulaire economie (E5), Eigen personeel (S1), Werknemers in de waardeketen (S2) en Zakelijk gedrag (G1) ook in 2025 als materieel voor Heijmans zijn aangemerkt. Nieuw in 2025 is dat, naast deze bestaande onderwerpen, Welzijn als entiteitspecifiek onderwerp is geïdentificeerd, binnen Consumenten en Eindgebruikers (S4).
De herijking heeft geleid tot de volgende wijzigingen:
Klimaat
In 2025 zijn de IRO’s op het thema Klimaat verder aangescherpt en uitgebreid. De kans op het gebied van klimaatadaptatie is in 2025 ongewijzigd gebleven ten opzichte van 2024. Nieuw is dat daarnaast een positieve impact is toegevoegd. Hiermee wordt erkend dat Heijmans door het realiseren van klimaatadaptieve projecten daadwerkelijk een meetbare bijdrage levert aan een toekomstbestendige leefomgeving en het welzijn van gebruikers, bedrijven en lokale ecosystemen.
Ten aanzien van klimaatmitigatie en energie zijn de IRO’s in 2025 aangepast. Waar in 2024 werd gerapporteerd over één positieve en één negatieve impact, zijn deze in 2025 opgesplitst in twee afzonderlijke negatieve impacts. Deze uitsplitsing maakt het mogelijk gerichter te sturen op de verschillende bronnen van emissies. Hierdoor ontstaat meer inzicht in waar de grootste impact ligt en kunnen effectievere maatregelen worden genomen, zowel binnen de eigen operatie als in de waardeketen.
Zie voor meer toelichting het hoofdstuk 'Klimaat - Impacts, risico's en kansen'.
Water en mariene hulpbronnen
In 2025 is de negatieve impact op water verder uitgesplitst. Waar in 2024 nog werd gesproken over één gezamenlijke negatieve impact, zijn er nu twee afzonderlijke negatieve impacts onderscheiden: één voor de eigen operatie van Heijmans en één voor de upstreamwaardeketen (toeleveranciers). Deze uitsplitsing maakt het mogelijk om de verschillende posities in de waardeketen duidelijker te onderscheiden, waardoor beter inzicht ontstaat in waar de grootste impact ligt en gerichtere maatregelen kunnen worden genomen. Nieuw in 2025 is de toevoeging van een positieve impact. Hiermee wordt erkend dat Heijmans ook actief kan bijdragen aan het verbeteren van het watersysteem, bijvoorbeeld door innovatieve oplossingen voor waterberging, hergebruik van regenwater en het toepassen van duurzame ontwerpprincipes. Ook is een specifiek risico benoemd: het risico op beperkte of geen waterbeschikbaarheid. Door toenemende schaarste aan (drink)water, strengere regelgeving en klimaatverandering is dit risico relevanter geworden. Door dit risico expliciet te benoemen kan Heijmans tijdig anticiperen op mogelijke knelpunten in toekomstige projecten en gebiedsontwikkelingen.
Zie voor meer toelichting het hoofdstuk 'Water - Impacts, risico's en kansen'.
Biodiversiteit en ecosystemen
In 2025 zijn de IRO’s op biodiversiteit verder aangescherpt en uitgebreid ten opzichte van 2024. Waar in 2024 nog werd gerapporteerd over één negatieve impact over de gehele waardeketen zijn de impacts in 2025 uitgesplitst per segment van de waardeketen. Zo kan effectiever worden gestuurd op het voorkomen van negatieve effecten en het benutten van kansen voor biodiversiteitsherstel. Verder zijn in 2025 nieuwe risico’s toegevoegd, zoals het risico op landdegradatie, verwoestijning en bodemafdekking, evenals het risico op negatieve effecten op bedreigde diersoorten. Ook is een kans toegevoegd: het versterken van biodiversiteit op projecten, waarmee ecosystemen worden verbeterd. Deze wijzigingen zijn het gevolg van de aanpak van Heijmans op het gebied van biodiversiteit en het beter aansluiten bij actuele inzichten en internationale standaarden.
Zie voor meer toelichting het hoofdstuk 'Biodiversiteit - Impacts, risico's en kansen'.
Materiaalgebruik en circulaire economie
In 2025 is het subonderwerp Materialen en circulaire economie gewijzigd van Materiaaluitstromen naar Materiaalinstromen, inclusief materiaalgebruik. De IRO ligt daarmee primair op de impact van de winning en productie van grondstoffen en materialen door toeleveranciers en onderaannemers die worden toegepast binnen de activiteiten van Heijmans. Deze wijziging maakt het mogelijk gerichter te sturen op het verduurzamen van materiaalstromen in de gehele waardeketen en om de milieu-impact van materiaalgebruik effectiever te beheersen. De grootste milieu-impact in de bouwsector ontstaat vaak bij de winning en productie van materialen. Door juist in deze fase gericht te sturen, benutten we de meeste kansen om de negatieve milieu-impact te beperken, circulariteit in de markt te stimuleren en uitputting van natuurlijke hulpbronnen tegen te gaan.
Zie voor meer toelichting het hoofdstuk 'Materiaalgebruik en circulaire economie - Impacts, risico's en kansen'.
Eigen personeel
De scope van de subonderwerpen voor eigen personeel is in 2025 uitgebreid. Naast Veiligheid en gezondheid zijn nu ook expliciet Gelijke behandeling en kansen en Opleiding en ontwikkeling als afzonderlijke subonderwerpen benoemd. De in 2024 gedefinieerde IRO op Arbeidsvoorwaarden is in 2025 ondergebracht bij het thema Gelijke behandeling en kansen.
Deze uitbreiding sluit aan bij maatschappelijke ontwikkelingen en de toenemende aandacht voor sociale duurzaamheid binnen de sector. Door deze onderwerpen als aparte IRO’s te benoemen, kan Heijmans gerichter sturen op het bevorderen van gelijke kansen, het stimuleren van persoonlijke groei en het creëren van een veilige, inclusieve en toekomstbestendige werkomgeving voor alle medewerkers.
Zie voor meer toelichting het hoofdstuk 'Eigen personeel - Impacts, risico's en kansen'.
Werknemers in de waardeketen
In 2025 is het subonderwerp voor werknemers in de waardeketen gewijzigd van Arbeidsvoorwaarden naar Veiligheid en gezondheid. Door Veiligheid en gezondheid als materiële impact te benoemen kan Heijmans nog gerichter sturen op het voorkomen van veiligheidsincidenten, het versterken van veiligheidsbewustzijn en het implementeren van effectieve beheersmaatregelen binnen de waardeketen.
Zie voor meer toelichting het hoofdstuk 'Werknemers in de waardeketen - Impacts, risico's en kansen'.
Consumenten en eindgebruikers
In 2025 is Welzijn als entiteitspecifiek subonderwerp gedefinieerd. Dit sluit direct aan bij de strategie van Heijmans, waarin Welzijn één van de vijf strategische pijlers vormt. De toevoeging van Welzijn onderstreept de maatschappelijke verantwoordelijkheid van Heijmans en de ambitie om bij te dragen aan een gezonder en leefbaarder Nederland. Door Welzijn te integreren wordt sociale waardecreatie structureel onderdeel van de duurzaamheidsrapportage.
Zie voor meer toelichting het hoofdstuk 'Consumenten en eindgebruikers'.
Zakelijk gedrag
In 2025 zijn er op het thema Zakelijk gedrag wijzigingen doorgevoerd. Waar in 2024 nog twee negatieve impacts afzonderlijk waren gedefinieerd op Bescherming van klokkenluiders en op Corruptie en omkoping, zijn deze in 2025 geïntegreerd in het bredere subonderwerp Bedrijfscultuur. Daarmee maken ze nu integraal onderdeel uit van het bredere governance- en integriteitskader van Heijmans. Deze wijziging hangt samen met het structureel verankeren van integriteit, openheid en meldprocedures binnen de organisatie. Door het anti-corruptie- en omkopingsbeleid en de bescherming van klokkenluiders stevig te verankeren in de bedrijfscultuur, worden deze impacts als goed beheerst beschouwd. In 2025 is het impacttype van Beheer relaties met leveranciers, inclusief betalingspraktijken, gewijzigd van ‘actueel’ naar ‘potentieel’. Deze aanpassing weerspiegelt de effectiviteit van genomen mitigerende maatregelen, waaronder ons commitment om facturen eerder te betalen.
Zie voor meer toelichting het hoofdstuk 'Zakelijk gedrag - Impacts, risico's en kansen'.
Beleid, actieplannen, kritische prestatie-indicatoren en doelstellingen
De hoofdstukken ‘Klimaat’, ‘Water’, ‘Biodiversiteit’, ‘Materiaalgebruik en circulaire economie’, ‘Sociale informatie’ en ‘Zakelijk gedrag’ beschrijven beleidslijnen en actieplannen voor het beheer van elk materieel onderwerp. Deze beleidslijnen omvatten verwijzingen naar externe initiatieven, de reikwijdte en eventuele uitsluitingen. Heijmans benadrukt dat alle activiteiten uitsluitend in Nederland plaatsvinden. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het beleid, due diligence, IRO's, actieplannen, KPI's en doelstellingen ligt bij de raad van bestuur. De monitoring van de voortgang en doelstellingen vindt plaats op basis van rapportages aan de sturingscommissie en de raad van bestuur.
Heijmans beschikt over beleid en actieplannen voor de materiële onderwerpen die betrekking hebben op de eigen activiteiten. Momenteel is er nog onvoldoende inzicht in de middelen die worden ingezet voor de uitvoering van de strategie en in de wijze waarop de voortgang wordt gemonitord. In 2025 is hier op meerdere fronten aan gewerkt, onder meer door dashboards en KPI’s te koppelen aan de strategie, financiële data te integreren in ESG-rapportages, governance-structuren te professionaliseren en structureel overleg en afstemming met stakeholders te organiseren. Voor onderwerpen die betrekking hebben op de waardeketen zijn op dit moment nog geen gedetailleerde beleidslijnen en actieplannen beschikbaar.
De eerdergenoemde hoofstukken bevatten korte toelichtingen van de definities van de gerapporteerde indicatoren. In de tabellen ‘Rapportagevereisten’ is de aanvullende informatie opgenomen over de gebruikte methodologieën, aannames en beperkingen evenals over een eventuele validatie door een externe instantie. De vastgestelde doelstellingen zijn opgenomen in de tabellen. Voor thema’s waarvoor nog geen doelstellingen zijn gesteld, wordt de voortgang met betrekking tot het managen van de IRO's momenteel niet structureel gemonitord; dit krijgt in de komende jaren verdere aandacht. Het volgen van de effectiviteit is onderdeel van onze kwartaalrapportage. Wanneer kwantitatieve metingen ontbreken, rapporteren we over de voortgang op basis van kwalitatieve informatie.
Due diligence-verklaring
In onderstaande tabel wordt weergegeven waar in ons duurzaamheidsverslag we informatie verstrekken over ons due diligence-proces, inclusief hoe we de belangrijkste aspecten en stappen van ons due diligence-proces toepassen.
|
Kernelementen van Due diligence |
Verwijzing |
Paginanummers |
|
|
a) |
Due diligence integreren in governance, strategie en bedrijfsmodel. |
Sociale informatie |
203 |
|
b) |
Getroffen stakeholders betrekken bij alle belangrijke stappen van due diligence. |
In gesprek met stakeholders, Sociale informatie |
137, 203 |
|
c) |
Negatieve impacts in kaart brengen en beoordelen. |
Sociale informatie |
203 |
|
d) |
Maatregelen nemen om die negatieve impacts aan te pakken. |
Sociale informatie |
203 |
|
e) |
De effectiviteit van deze inspanningen monitoren en daarover communiceren. |
Sociale informatie |
203 |