Verloop verplichting uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen en jubileumuitkeringen
|
x € 1 miljoen |
Verplichting |
Reële waarde activa |
Nettoverplichting |
|||
|
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
|
|
Saldo per 1 januari |
170,0 |
176,6 |
146,5 |
153,4 |
23,5 |
23,2 |
|
Opgenomen in de winst-en-verliesrekening |
||||||
|
Kosten voor opbouw |
0,3 |
0,3 |
- |
- |
0,3 |
0,3 |
|
Rente lasten/-baten |
5,5 |
5,5 |
4,7 |
4,8 |
0,8 |
0,7 |
|
Actuarieel resultaat verplichting jubileumuitkeringen |
0,2 |
0,2 |
- |
- |
0,2 |
0,2 |
|
Opgenomen in niet-gerealiseerde resultaten |
||||||
|
Actuarieel resultaat ervaringsaanpassingen |
-0,6 |
0,4 |
-0,5 |
0,7 |
-0,1 |
-0,3 |
|
Actuarieel resultaat gewijzigde sterftetafel |
- |
-0,5 |
- |
-0,5 |
- |
- |
|
Actuarieel resultaat indexering |
2,3 |
1,0 |
- |
- |
2,3 |
1,0 |
|
Actuarieel resultaat rekenrente |
-10,1 |
-3,1 |
-7,9 |
-2,4 |
-2,2 |
-0,7 |
|
Bijdragen en uitkeringen |
||||||
|
Bijdragen betaald door de werkgever |
- |
- |
1,6 |
0,8 |
-1,6 |
-0,8 |
|
Pensioen- en jubileumuitkeringen |
-10,5 |
-10,4 |
-10,5 |
-10,3 |
- |
-0,1 |
|
Saldo per 31 december |
157,1 |
170,0 |
133,9 |
146,5 |
23,2 |
23,5 |
De totale verplichting uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen en jubileumuitkeringen is als volgt in de balans verantwoord:
|
x € 1 miljoen |
31 december 2025 |
31 december 2024 |
|
Voorziening personeelsgerelateerde verplichtingen langlopend |
22,0 |
22,0 |
|
Voorziening personeelsgerelateerde verplichtingen kortlopend |
1,2 |
1,5 |
|
23,2 |
23,5 |
Verplichting voor toegezegd-pensioenregelingen
Verzekerde regelingen
De Groep kent diverse verzekerde regelingen die via garantiecontracten bij een verzekeraar zijn ondergebracht. In deze regelingen vindt geen pensioenopbouw meer plaats en is de Groep alleen verantwoordelijk voor de kosten die zijn verschuldigd als gevolg van eventuele indexatie van de opgebouwde pensioenaanspraken. Daarmee ligt het merendeel van de risico’s bij de verzekeraars, die tevens verantwoordelijk zijn voor het aanhouden van voldoende middelen om alle uitkeringen te kunnen doen. Het toezicht hierop wordt uitgevoerd door De Nederlandsche Bank (DNB). De indexatiekoopsom wordt vastgesteld op basis van de grondslagen zoals vastgelegd in het verzekeringscontract. De gemiddelde resterende looptijd van de pensioenverplichtingen bedraagt circa 10 jaar (2024: 11 jaar).
Bedrijfstakpensioenfondsen
Het merendeel van de werknemers bouwt pensioen op bij bedrijfstakpensioenfondsen. Het betreft met name het pensioenfonds voor de Bouwnijverheid (Bpf Bouw) en het pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT). Beide pensioenfondsen voerden gedurende boekjaar 2025 geïndexeerde middelloonregelingen uit:
-
De beleidsdekkingsgraad van Bpf Bouw bedraagt ultimo 2025 133,1% (ultimo 2024: 126,3%). Het aandeel van de Groep in het totaal aantal deelnemers in dit fonds bedraagt circa 2% (2024: 2%).
-
De beleidsdekkingsgraad van PMT bedraagt 115,3% ultimo 2025 (ultimo 2024: 108,5%). Het aandeel van de Groep in het totaal aantal deelnemers in dit fonds bedraagt circa 0,4% (2024: 0,5%).
De beleidsdekkingsgraden zijn berekend op basis van de waarderingsgrondslagen die door de bedrijfstakpensioenfondsen worden gehanteerd, conform de voor hen geldende vereisten, zoals de Pensioenwet en het Financieel Toetsingskader. Voor deze regelingen is de Groep verplicht de vooraf vastgestelde premies af te dragen. De Groep kan niet worden verplicht tot het aanzuiveren van een eventueel tekort, anders dan door toekomstige premieaanpassingen. Eveneens kan de Groep geen aanspraak maken op een eventueel overschot bij de fondsen. Omdat de premieaanpassingen in beperkte mate worden beïnvloed door de dekkingsgraad, zijn deze regelingen aangemerkt als toegezegde-pensioenregelingen. In de jaarrekening van de Groep worden deze regelingen echter verwerkt als toegezegde bijdrageregelingen, aangezien de administratie van de bedrijfstakpensioenfondsen niet is ingericht om de volledige vereiste informatie te leveren.
Jubileumuitkeringen
De jubileumuitkering bestaat uit een (gedeeltelijk) maandsalaris bij een dienstverband van 25, 40 en 50 jaar.
Lasten opgenomen uit hoofde van toegezegd-pensioenregelingen en jubileumuitkeringen
|
x € 1 miljoen |
2025 |
2024 |
|
Kosten voor opbouw |
-0,3 |
-0,3 |
|
Rentelasten |
-5,5 |
-5,5 |
|
Rentebaten |
4,7 |
4,8 |
|
Subtotaal |
-1,1 |
-1,0 |
|
Actuarieel resultaat verplichting jubileumuitkeringen |
-0,2 |
-0,2 |
|
Totale last toegezegd-pensioenregelingen en jubileumuitkeringen |
-1,3 |
-1,2 |
Voornaamste actuariële veronderstellingen
|
31 december 2025 |
31 december 2024 |
|
|
Disconteringsvoet |
3,90% |
3,35% |
|
Toekomstige looninflatie |
4,00% voor 2026 en daarna 2,25% |
2,25% voor 2025 en verder. |
|
Toekomstige loonsverhogingen |
0-1,5% |
0-1,5% |
|
Toekomstige indexatie |
2,0% voor regelingen waarin de indexatie van Bpf Bouw wordt gevolgd, en 0,0% voor overige regelingen |
1,7% voor regelingen waarin de indexatie van Bpf Bouw wordt gevolgd, en 0,0% voor overige regelingen |
|
Personeelsverloop |
3,5-12,5% |
3,5-12,5% |
|
Sterftetabel |
AG Prognosetafel 2024 0/0 |
AG Prognosetafel 2024 0/0 |
De disconteringsvoet is gebaseerd op het rendement op hoogwaardige ondernemingsobligaties (op basis van de looptijd van de uitkeringsverplichting).
Per 1 januari 2026 zijn de bedrijfstakpensioenfondsen Bpf Bouw en PMT overgegaan op een nieuwe regeling op basis van de pensioenregels van de Wet toekomst pensioenen. Daarbij zijn alle opgebouwde pensioenen uit de voorgaande regeling ingebracht in de nieuwe regeling ('ingevaren'). De nieuwe pensioenregelingen kwalificeren als toegezegde-bijdrageregelingen, waarbij de pensioenrisico’s volledig bij het collectief van deelnemers liggen. De Groep heeft als aangesloten werkgever uitsluitend een verplichting tot het betalen van een vaste premie. Voor het merendeel van de verzekerde regelingen gold tot en met 2025 dat de indexatie gerelateerd was aan die van Bpf Bouw. Deze indexatiekoppeling komt te vervallen onder het nieuwe stelsel omdat de (huidige) indexatiebepaling niet meer voorkomt in de nieuwe pensioenregeling van Bpf Bouw. Voor de verzekerde regelingen zullen derhalve nieuwe afspraken moeten worden gemaakt over een aangepaste indexatiemaatstaf. Aangezien dergelijke afspraken nog niet zijn vastgelegd is de pensioenverplichting per balansdatum gewaardeerd op basis van een best-estimate-inschatting van de toekomstige indexatie (uitgaande van de regeling zoals die gold tot 1 januari 2026).
Financiering verplichting toegezegd-pensioenregeling en jubileumuitkering
|
x € 1 miljoen |
31 december 2025 |
31 december 2024 |
|
Gefinancierde toegezegd-pensioenregelingen |
150,3 |
163,0 |
|
Jubileumuitkeringen (niet gefinancierd) |
6,8 |
7,0 |
|
Verplichting toegezegd-pensioenregelingen en jubileumuitkeringen |
157,1 |
170,0 |
De gefinancierde toegezegd-pensioenregelingen bestaan geheel uit verzekerde regelingen (net als in 2024), er is geen sprake van fondsbeleggingen in aandelen, vastrentende waarden of liquiditeiten.
Redelijkerwijs te verwachten wijzigingen per verslagdatum in een van de relevante actuariële veronderstellingen (zoals hieronder genoemd), waarbij de andere veronderstellingen constant blijven, kunnen zoals hieronder weergegeven invloed hebben op de verplichtingen uit hoofde van toegezegde pensioenrechten:
|
x € 1 miljoen |
2025 |
2024 |
||
|
Stijging |
Daling |
Stijging |
Daling |
|
|
Wijziging rekenrente met 0,50%-punt |
-8,9 |
9,8 |
-10 |
11 |
|
Wijziging loon- en prijsinflatie en indexatie met 0,25%-punt |
4,8 |
-2,4 |
5,5 |
-2,7 |
|
Wijziging levensverwachting met 1 jaar |
6,8 |
-6,8 |
7,6 |
-7,6 |
Een wijziging in meerdere aannames leidt mogelijk tot andere effecten dan de optelling van de afzonderlijke effecten door het optreden van kruis-effecten. De weergegeven effecten betreffen alleen de impact op de verplichtingen en niet die op de reële waarde van de beleggingen. De effecten van deze veranderingen worden in belangrijke mate gemitigeerd door een even groot effect op de waarde van de beleggingen voor de regelingen die zijn ondergebracht in een verzekeringscontract, door de garantie van de verzekeraar.
De Groep verwacht in 2026 circa € 61 miljoen (2025: € 47 miljoen) aan lasten in het kader van toegezegde bijdrageregelingen (inclusief de bovengenoemde regelingen bij bedrijfstakpensioenfondsen). De verwachte bijdragen in latere jaren zullen naar verwachting hiermee in lijn liggen. De verwachte bijdragen aan de verzekerde regelingen zijn mede afhankelijk van de afspraken die worden gemaakt ten aanzien van een nieuwe indexatiemaatstaf in die regelingen.