|
Adaptieve maatregelen |
Ontwerp‑ en uitvoeringsmaatregelen die inspelen op veranderende omstandigheden zoals klimaatverandering, wateroverlast of hittestress. |
|
AERIUS-berekening |
Een rekeninstrument waarmee de stikstofdepositie van projecten en plannen op Natura 2000‑gebieden wordt berekend. Deze berekeningen zijn vereist voor vergunningverlening binnen de geldende regelgeving. |
|
Assetmanagement |
Het beheren, onderhouden en optimaliseren van fysieke assets zoals infrastructuur, gebouwen en installaties gedurende hun levenscyclus. |
|
Bijna EnergieNeutraal Gebouw (BENG)‑normering |
Normering die eisen stelt aan de energieprestatie van gebouwen, uitgedrukt in drie indicatoren: energiebehoefte, primair energiegebruik en aandeel hernieuwbare energie. |
|
Biobased materialen |
Materialen die geheel of gedeeltelijk bestaan uit hernieuwbare biologische grondstoffen, zoals hout, hennep of tarwestro. |
|
Biodiversiteit |
De verscheidenheid aan planten, dieren en ecosystemen, en de samenhang daartussen, in een bepaald gebied. |
|
Biodiversiteitsmaatregelen |
Maatregelen die gericht zijn op het behouden, versterken of herstellen van natuur en soortenrijkdom in en rond projecten. |
|
Biomimicry |
Ontwerpbenadering waarbij oplossingen worden geïnspireerd op principes en processen uit de natuur, met als doel efficiëntere en duurzamere ontwerpen te realiseren. |
|
Broeikasgassen |
Gassen die bijdragen aan het broeikaseffect, zoals koolstofdioxide, methaan en lachgas. |
|
Circulaire economie |
Economisch model waarin grondstoffen en materialen zo lang mogelijk worden hergebruikt en afval wordt geminimaliseerd. |
|
CO₂e‑credits |
Verhandelbare eenheden die overeenkomen met de reductie of verwijdering van één ton CO₂‑equivalent, waarmee (rest)emissies gedeeltelijk kunnen worden gecompenseerd. |
|
CO₂e‑emissies |
De uitstoot van koolstofdioxide en andere broeikasgassen, uitgedrukt in CO₂‑equivalenten over een bepaalde periode. |
|
CO₂‑reductie |
Het verminderen van de uitstoot van koolstofdioxide en andere broeikasgassen. |
|
CSRD |
Corporate Sustainability Reporting Directive. Europese richtlijn die bedrijven verplicht om te rapporteren over hun impact op milieu, maatschappij en governance. |
|
De Natuurladder |
Door Heijmans mede ontwikkelde methodiek die richting geeft aan het versterken van biodiversiteit en klimaatadaptatie binnen infrastructurele projecten. |
|
Downstream |
Het deel van de waardeketen dat betrekking heeft op activiteiten en effecten ná de eigen operatie, zoals gebruik, onderhoud en einde levensduur van opgeleverde projecten. |
|
Dubbele materialiteitsanalyse |
Analyse waarmee wordt bepaald welke duurzaamheidsonderwerpen materieel zijn op basis van impact op mens en milieu én financiële impact op de onderneming. |
|
Duurzaamheidsverslag |
Onderdeel van het bestuursverslag waarin wordt gerapporteerd over duurzaamheid, conform CSRD en ESRS. |
|
Ecosysteemdiensten |
De voordelen die mensen ontlenen aan ecosystemen, zoals waterberging, verkoeling, bestuiving, voedselproductie en biodiversiteit |
|
Eigen operatie |
Het geheel van intern uitgevoerde activiteiten binnen de waardeketen waar de organisatie directe controle, verantwoordelijkheid en regie over heeft. |
|
Energieneutraal |
Situatie waarin een gebouw of project over een jaar gemeten evenveel energie opwekt als verbruikt. |
|
Energietransitie |
De overgang van fossiele energiebronnen naar duurzame, hernieuwbare energiebronnen. |
|
Emissieloos werken |
Uitvoeren van werkzaamheden zonder directe uitstoot van broeikasgassen, bijvoorbeeld door inzet van elektrisch materieel. |
|
ESG |
Environmental, Social & Governance. Factoren op het gebied van milieu, maatschappij en bestuur die worden meegewogen bij beleid, besluitvorming en verslaglegging. |
|
ESRS |
De verplichte Europese duurzaamheidsrapportagestandaarden die bedrijven onder de CSRD moeten volgen om gestructureerd, volledig en vergelijkbaar te rapporteren over hun ESG‑impact, risico’s en kansen. |
|
Financiële materialiteit |
Geeft aan in hoeverre risico’s en kansen op het gebied van duurzaamheid een materieel financieel effect kunnen hebben op Heijmans. |
|
Gebiedsontwikkeling |
Integrale ontwikkeling van een gebied waarin wonen, werken, infrastructuur, natuur en voorzieningen samen worden vormgegeven. |
|
Geïntegreerde verslaglegging |
Verslaglegging waarin financiële en niet‑financiële informatie samenhangend wordt gepresenteerd. |
|
Greenhouse Gas Protocol |
Internationaal protocol dat richtlijnen biedt voor het berekenen en rapporteren van broeikasgasemissies. |
|
Impact materialiteit |
Het positieve of negatieve effect van activiteiten van Heijmans op mens, milieu en maatschappij. |
|
Interventies |
Een doelgerichte ingreep (aanpassing, toevoeging of reorganisatie) in de fysieke en/of sociale omgeving, gericht op het structureel bevorderen van het lichamelijk, mentaal en sociaal welbevinden van bewoners en gebruikers. |
|
Klimaatadaptatie |
Het aanpassen van gebouwen en infrastructuur aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals hitte, wateroverlast en droogte. |
|
Klimaatmitigatie |
Het beperken van klimaatverandering door het reduceren van broeikasgasemissies. |
|
Langetermijnwaardecreatie |
Het creëren van duurzame waarde voor stakeholders op economisch, sociaal en ecologisch vlak. |
|
LEAP-benadering |
Methodiek voor biodiversiteitsanalyse bestaande uit vier stappen: Locate, Evaluate, Assess en Prepare. |
|
Materieel onderwerp |
Onderwerp dat op basis van de materialiteitsanalyse als relevant en significant is aangemerkt voor verslaglegging. |
|
Natuurinclusief bouwen |
Aanpak waarbij bouwprojecten worden gecombineerd met het versterken en integreren van natuur, passend bij de kenmerken van het gebied. |
|
Nature based-solutions |
Oplossingen die gebruikmaken van natuurlijke processen om maatschappelijke opgaven aan te pakken, zoals waterberging of klimaatadaptatie. |
|
Net zero |
Situatie waarin de netto uitstoot van broeikasgassen over de gehele waardeketen nul is. |
|
Netcongestie |
Tekort aan capaciteit op het elektriciteitsnet waardoor nieuwe aansluitingen of uitbreiding wordt beperkt. |
|
Niet‑financiële KPI’s |
Prestatie‑indicatoren die betrekking hebben op duurzaamheid, welzijn, veiligheid en governance. |
|
Nieuwkomers |
Bij Heijmans de term voor mensen met een erkende vluchtelingenstatus, waaronder statushouders en nareizigers. |
|
NL Greenlabel |
Onafhankelijk certificeringssysteem dat de duurzaamheid van producten, projecten en gebieden beoordeelt op onder andere ecologie, biodiversiteit en circulariteit. |
|
Omgevingsmanagement |
Het actief betrekken en informeren van belanghebbenden en omgeving bij projecten om hinder te beperken en draagvlak te vergroten. |
|
SBTi |
Sustainable Development Goals: zeventien door de Verenigde Naties vastgestelde doelen voor duurzame ontwikkeling richting 2030. |
|
Scope 1‑emissies |
Directe broeikasgasemissies uit eigen activiteiten, zoals brandstofgebruik van voertuigen en materieel. |
|
Scope 2‑emissies |
Indirecte emissies door het verbruik van ingekochte elektriciteit, warmte of koeling. |
|
Scope 3‑emissies |
Overige indirecte emissies in de waardeketen, zowel upstream als downstream. |
|
SDG's |
Sustainable Development Goals: zeventien door de Verenigde Naties vastgestelde doelen voor duurzame ontwikkeling richting 2030. |
|
Stakeholders |
Partijen die invloed hebben op of worden beïnvloed door de activiteiten van Heijmans, zoals medewerkers, klanten en omwonenden. |
|
Strategische pijlers |
De vijf pijlers Welzijn, Duurzaamheid, Verbinding, Maakbaarheid en Team die richting geven aan de strategie ‘Samen naar 2030’. |
|
Tier 1 |
Directe leveranciers of partners die rechtstreeks producten of diensten aan ons leveren. Zij hebben een directe contractuele relatie met onze organisatie. |
|
Tier 2 |
Leveranciers of partners die producten of diensten leveren aan onze Tier 1-partners. Zij bevinden zich één stap verder in de keten en hebben geen directe relatie met ons bedrijf. |
|
Tier 3 |
Leveranciers of partners die producten of grondstoffen leveren aan Tier 2-partners. Dit zijn partijen die zich nog dieper in de keten bevinden en indirect bijdragen aan onze producten of diensten. |
|
Upstream |
Het deel van de waardeketen dat betrekking heeft op activiteiten en partijen vóór de eigen operatie, zoals grondstofwinning en toeleveranciers. |
|
Waardeketen |
Het geheel van activiteiten van grondstofwinning tot gebruik en einde levensduur van producten en projecten. |
|
Waardecreatiemodel |
Model dat inzicht geeft in hoe Heijmans waarde creëert op korte, middellange en lange termijn. |
|
Welzijn |
De mate waarin de leefomgeving bijdraagt aan fysiek, mentaal en sociaal welbevinden van gebruikers. |
|
Zorgplicht (due diligence) |
Het proces waarbij risico’s en impacts op mens en milieu worden geïdentificeerd, voorkomen en gemitigeerd. |