De verantwoordingsinformatie in de jaarrekening is deels gebaseerd op schattingen en veronderstellingen. De Groep maakt deze schattingen en doet veronderstellingen ten aanzien van de toekomst. Deze zijn onder andere gebaseerd op ervaringen en verwachtingen over toekomstige gebeurtenissen zoals deze zich, naar de huidige stand van zaken, redelijkerwijs kunnen voordoen. Deze schattingen en veronderstellingen worden continu geëvalueerd.
De herziening van of afwijkingen van schattingen en veronderstellingen ten opzichte van de daadwerkelijke uitkomsten, kunnen leiden tot materiële aanpassing van de boekwaarde van activa en verplichtingen.
De meest significante onzekerheden, oordelen en schattingen bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening hebben betrekking op:
-
het bepalen van de beste schatting voor de waardering van onderhanden werken (zowel debet als credit), waaronder de bepaling van de voortang van de projecten en de inschatting van de totale te verwachten kosten en daarmee gerelateerde omzet;
-
het bepalen van de beste schatting voor de waardering van de strategische grondposities, waaronder de bepaling van de netto realiseerbare waarde; en
-
het bepalen van de laagste kasstroomgenererende eenheid en het jaarlijkse toetsen of sprake is van een bijzonder waardeverminderingsverlies op goodwill.
Naast de eerder in deze jaarrekening uiteengezette schattingselementen worden hieronder de belangrijkste elementen van schattingsonzekerheden toegelicht.
Macro-economische ontwikkelingen
De raad van bestuur monitort de macro economische ontwikkelingen in binnen- en buitenland nauwgezet. In 2025 groeide de Nederlandse economie, ondanks de aanhoudende inflatiedruk en de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt, met ca. 1,7%. De begin 2025 gevreesde impact van de invoerheffingen is vooralsnog beperkt gebleven. De in vergelijking met 2024 gedaalde hypotheekrente heeft voor gunstige marktomstandigheden gezorgd op de woningmarkt. Wel blijven de problematiek rondom vergunningsprocedures en het gebrek aan eenduidig beleid vanuit de overheid een rem zetten op het volume nieuwbouwwoningen in Nederland. Voor Werken geldt dat de macro-economische omstandigheden in basis gunstig zijn. De vraag naar grote integrale utilitaire projecten is groot, en het lukt onverminderd goed om projecten vanuit een 1-op-1 positie aan te nemen. De recurring business vanuit Services profiteert van het feit dat de marktvraag het aanbod overstijgt. Dit geldt voor zowel Serviceprojecten als beheer-en onderhoudswerkzaamheden. Ook voor Verbinden geldt dat de marktomstandigheden in basis gunstig zijn: de vraag vanuit de Energiemarkt is onverminderd groot, evenals de markt voor beheer-, onderhouds- en renovatiewerkzaamheden. Bovenstaande leidt ertoe dat de vooruitzichten voor de Groep voor de komende jaren goed zijn, mede door een gediversifieerde orderportefeuille die gezond is in zowel omvang als kwaliteit en met een goede balans tussen risico en verdienvermogen.
Klimaatgerelateerde zaken
Klimaatverandering biedt zowel risico‘s als kansen voor de Groep. Deze kunnen gevolgen hebben voor de middellangetermijnprognoses die ten grondslag liggen aan de waardering van activa. In het jaarverslag is in het duurzaamheidsverslag een overzicht van de kansen en risico’s in relatie tot klimaatverandering opgenomen. Uit dit overzicht blijkt dat de kansen groter zijn dan de risico’s. De Groep ziet geen aanleiding om zijn middellangetermijnprognoses neerwaarts aan te passen. Het risico op afwaardering van in de balans opgenomen activa is vanwege de aard van de betreffende activa en de relatief korte realisatietermijn beperkt. Eventuele waarderingsrisico's zijn met name te verwachten bij:
-
Ouder materieel dat met lage boekwaarde is opgenomen in de materiële vaste activa en op termijn mogelijk minder inzetbaar is, bijvoorbeeld voor oudere vrachtwagens met een te hoge uitstoot van broeikasgassen. Voor het oudere materieel bestaat (voorlopig in ieder geval nog) een tweede handsmarkt in met name 2e en 3e wereld landen waardoor de huidige restwaardes veelal nog gerealiseerd worden. Daarnaast kan ouder materieel dat bijvoorbeeld niet meer in binnensteden ingezet kan worden, nog wel daarbuiten gebruikt worden. Er is een ambitie om dit materieel te vervangen voor schoner materieel.
-
Het risico op afwaardering van de 50% deelneming in AsfaltNu vanwege de impact van klimaatrisico’s is middelgroot. Zo worden de eisen ten aanzien van de uitstoot van broeikasgassen en andere schadelijke stoffen naar verwachting steeds strikter, waardoor de huidige asfaltfabrieken op termijn aanvullende investeringen in schonere oplossingen vereisen. Dit probeert de Groep onder andere te mitigeren door te investeren in een nieuwe asfaltcentrale via AsfaltNu (de nieuwe standaard van Europa) in Utrecht en ontwikkeling van duurzamer asfalt. Op de lange termijn is de verwachting dat de behoefte aan wegen niet zal afnemen; een milieuvriendelijker alternatief voor asfalt is nog niet voorhanden.
-
Op de lange termijn bestaat het risico op onbruikbaarheid van grond vanwege de gevolgen van klimaatverandering en transitierisico's, zoals overstromingen en waterstress. De Groep vertrouwt er op dat Nederland als welvarend land hier maatregelen tegen neemt gezien er nog voldoende tijd voorhanden is. Klimaatrisico's zijn wel een integraal onderdeel van het afwegingskader bij de aanschaf van grondposities.
Waardering van projecten
Voor een nadere toelichting van de belangrijkste uitgangspunten die bij de waardering van projecten worden gehanteerd, wordt verwezen naar toelichting '6.17 Onderhanden werken'.
Financiering
In toelichting '6.22 Rentedragende financieringsverplichtingen' zijn de voorwaarden van de financiering nader toegelicht. Een belangrijke voorwaarde is het behalen van de convenantratio's, met name de interest cover ratio, de leverage ratio en de solvabiliteitsratio.
Een adequate beheersing van projectrisico's (zie hierboven) is van belang voor het behalen van deze ratio's. Dit geldt eveneens voor het realiseren van de orderportefeuille, het businessplan en de meerjarenprognose.
Pensioenen
De belangrijkste actuariële uitgangspunten met betrekking tot het berekenen van de pensioenverplichtingen zijn in toelichting '6.23 Personeelsgerelateerde verplichtingen' uiteengezet. De verwachte bijdragen aan de verzekerde regelingen zijn mede afhankelijk van de afspraken die worden gemaakt ten aanzien van een nieuwe indexatiemaatstaf in die regelingen.
Uitgestelde belastingvorderingen
In toelichting '6.15 Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen' is een nadere uiteenzetting opgenomen van de belangrijkste schattingselementen die bij de waardering van uitgestelde belastingvorderingen gehanteerd worden.
Strategische grondposities
In toelichting '6.16 Voorraden' is een nadere uiteenzetting opgenomen van de belangrijkste schattingselementen die bij de waardering van strategische grondposities gehanteerd worden.
Jaarlijkse toets op een bijzondere waardevermindering goodwill
Wijzigingen in de marktrente resulteren in mutaties van de disconteringsvoet (WACC) die gebruikt wordt voor de jaarlijkse toets op een bijzondere waardevermindering van goodwill. Het risico van een toekomstige afwaardering naar aanleiding van een eventuele toename van de marktrente is slechts in zeer beperkte mate aanwezig vanwege de aanzienlijke aanwezige ruimte tussen de boekwaarde en de bedrijfswaarde (headroom) van de betreffende kasstroomgenererende eenheden (zie toelichting '6.12 Immateriële activa').
In toelichting '6.12 Immateriële activa' is een nadere uiteenzetting opgenomen van de belangrijkste uitgangspunten voor de jaarlijkse bepaling van de realiseerbare waarde van de immateriële activa.
Bedrijfscombinaties
In het kader van bedrijfscombinaties wordt de overnamemethode toegepast. De voor de overname overgedragen vergoeding wordt doorgaans gewaardeerd tegen reële waarde, evenals de netto identificeerbare verworven activa. In toelichting '6.2 Bedrijfscombinaties' is dit nader uiteengezet.